Kalender

 <<  < sep. 2019 >   >>
ZMDWDVZ
1234567
891011121314
15161718192021
22
232425262728
2930

Vandaag jarig

Andrea Bocelli (1958)
Andy Cairns (1965)
Ken Vandermark (1964)
Martin Solveig (1976)
Miss Montreal (1984)
Nick Cave (1957)


John Mayall & The Bluesbreakers kaarten

Het laatste nieuws over John Mayall & The Bluesbreakers kaarten

Abonneer u nu op onze informatiedienst en ontvang als eerste per SMS het laatste nieuws!

Aankomend

Er zijn op dit moment geen aankomende concerten en/of evenementen van John Mayall & The Bluesbreakers beschikbaar.

Bekijk de volledige John Mayall & The Bluesbreakers historie.

artiest informatie

John Mayall's Bluesbreakers

De band John Mayall's Bluesbreakers, waarvan de samenstelling zich steeds zal wijzigen, wordt opgericht door John Mayall in 1963 in Londen met de hulp van Alexis Korner. In de beginjaren 60 is de blues onder Engelse popmuzikanten enorm populair. Veel Amerikaanse soldaten die in Engeland gestationeerd zijn, hebben blues-muziek bij zich, die ze in diverse clubs laten horen. Hierdoor ontstaat de beroemde British Blues Boom een stroming waarbinnen heel veel Engelse muzikanten van diverse pluimage elkaar treffen. Jeff Beck, Rod Stewart, Ron Wood, Alan Price, Bill Wyman, Eric Clapton, Keith Richards, Manfred Mann, Mick Jagger, Brian Jones, Long John Baldry, Jimmy Page en vele anderen kon je in de Londense clubs, als de The Marquee Club en The Flamingo, aantreffen, waarin in diverse gelegenheidsformaties blues jamsessions plaats vinden.

De Bluesbreakers van John Mayall kan gezien worden als een kweekvijver voor uitstekende gitaristen. De geschiedenis van de band is onlosmakelijk verbonden met de oprichter en bandleider John Mayall, zijn gitaristen en de albums die worden gemaakt.
De eerste Bluesbreakers bestaan uit Roger Dean op gitaar, John McVie op bas en Hughie Flint op drums. Het live album John Mayall plays John Mayall flopt en ze gaan in 1965 weg bij DECCA. Het lijkt erop dat John Mayall als blues-purist geen brede erkenning krijgt.

Met Eric Clapton

Maar dat verandert als hij voor hem twee belangrijke mensen tegenkomt. De eerste is Mike Vernon, een aankomend producer. De tweede is Eric Clapton, een jonge gitarist, die bij de Yardbirds speelt. Eric is ontevreden over de muzikale richting van de Yardbirds en neemt de uitnodiging van John aan om bij de Bluesbreakers te gaan spelen.

John geeft hem langspeelplaten van Freddie King, Otis Rush, Buddy Guy en andere Chicago bluesmuzikanten. Daarna gaat het snel. De Bluesbreakers bestaat dan uit Eric Clapton op gitaar, Jack Bruce op bas, Hughie Flint op drums en John Mayall op orgel en mondharmonica. Als op 22 juli 1966 het album Blues Breakers with Eric Clapton uitkomt, speelt John McVie de basgitaar. Het album bevat veel covers o.a. van Otish Rush, Freddie King, Robert Johnson en Ray Charles en daarnaast een paar composities van John Mayall zelf. Het snoeiharde overstuurde geluid van Clapton is voor die tijd opvallend. Hij speelt in dezelfde stijl als Freddie King. Zijn Gibson Les Paul Sunburst aangesloten op een Marshall combo gitaarversterker, zoals Eric dat had gezien op een LP-hoes van Freddie King, zal voor veel gitaristen de standaard uitrusting worden.

Dankzij Mike Vernon, die DECCA overhaalt de Bluesbreakers weer te contracteren, worden de gangbare opvattingen binnen de Britse opnamestudio's over muziekregistratie overboord gezet en aan Eric's wens, om de gitaar te laten klinken en op te nemen zoals hij dat wil, wordt voldaan. Het album bereikt de 6e plaats in de LP Charts in Engeland en zal daar 17 weken blijven staan. Eric verlaat inmiddels de band om met Jack Bruce en Ginger Baker, zijn eigen bluesband op te richten; het later wereldberoemde trio, de Cream.

Met Peter Green

Peter Green wordt tijdens een optreden van de Bluesbreakers door John Mayall uitgenodigd mee te doen. Eric Clapton keert echter voor een korte periode terug en pas als Clapton voorgoed de Bluesbreakers verlaat, vraagt John Mayall op 17 juli 1966 Peter Green opnieuw tot de Bluesbreakers toe te treden. Al op 17 februari 1967 komt het album "A Hard Road" uit, waarop de melodieuze gitaarlijnen van Green sterk aanwezig zijn. De drummer is inmiddels Aynsley Dunbar.

Het album bevat veel composities van John Mayall. Ook op dit album maakt John, op een aantal nummers, weer gebruik van blazers en speelt, naast mondharmonica, orgel en piano, ook zelf gitaar; in Someday After a While (You'll Be Sorry) en in Leaping Christine.
Elmore James wordt herdacht in Dust My Blues. Hierin spelen John en Peter, duidelijk herkenbaar aan hun eigen stijl, beiden gitaar.
Een strak, transparant, bluesrock nummer is Top Of The Hill.

Peter Green laat in de instrumental The Stumble van Freddie King horen dat hij minstens net zo'n goede gitarist als Eric Clapton is. Er staan ook twee composities op van Peter Green. In The Super-Natural kun je al horen, hoe hij later bij Fleetwood Mac zal gaan klinken.
Op 15 juni 1967 verlaat Peter Green de Bluesbreakers om de legendarische groep Fleetwood Mac op te richten. John McVie blijft bij de Bluesbreakers.

Met Mick Taylor

Opnieuw staat John Mayall voor de opgave om een goede gitarist te vinden. Die vindt hij in de persoon van Mick Taylor, een teenager, die een keer voor Eric Clapton invalt, toen deze om de een of andere reden niet kwam opdagen. Hij blijkt alle stukken, die Clapton speelt, uit zijn hoofd te kunnen naspelen. De gitarist had echter na de gig in Hatfield (Hertfordshire, Engeland) zijn naam niet achtergelaten en na maanden zoeken, plaatst John uiteindelijk een advertentie in de Melody Maker. Mick Taylor leest dat hij gezocht wordt en treedt direct toe tot de Bluesbrekers. Aynsley Dunbar verlaat de groep en Keef Hartley neemt de drums over.

Op de eerdere albums heeft John Mayall slechts tijdelijk van blazers gebruikgemaakt. Nu besluit John de groep met twee vaste blazers uit te breiden, zodat de Bluesbreakers een 6-mans formatie is geworden, Chris Mercer op tenorsax en Rip Kant op baritonsax.

Op 1 september 1967 komt het zeer volwassen album Crusade uit. De Bluesbreakers klinken als een big band. Zeker door de verrassende arrangementen die Mayall schrijft voor de band. Er staan slechts 4 composities van Mayall en Taylor op. De anderen zijn bewerkingen van nummers van o.a. Albert King Oh, Pretty Woman, Buddy Guy My Time After A While , en Eddie Kirkland Man Of Stone.

Hoogtepunt van het album is Freddie King's Driving Sideways, waarin Mick Taylor laat horen dat hij een nog virtuozer gitarist is dan Green en Clapton. John Mayall's boogiewoogiepiano en de stuwende blazers maken dit nummer tot een bruisend feest.
Een ander, emotioneel, hoogtepunt is Mayall's eigen compositie The Death Of J.B. Lenoir. In dit aangrijpende nummer, dat een ode is aan de, op dat moment kortgeleden, overleden bluesgitarist J.B. Lenoir, is de hoofdrol voor de treurende bluesharp en tenorsax.
Twintig dagen later staat de LP in de LP Charts, bereikt de achtste plaats en blijft er veertien weken staan.
Mick Taylor is de langstblijvende gitarist en met hem worden er nog veel albums gemaakt:

  • Blues from Laurel Canyon (1968)
  • Bare Wires (1968)
  • Diary of a Band, Vol. 1 & 2 (1968)
  • Laurel Canyon (1969)
  • Return Of The Bluesbreakers, 1985/LP, 1993/CD

Ook in de toekomst zou Mick Taylor, als hij in 1969 wordt overgehaald door Mick Jagger om bij de Rolling Stones te komen, nog veel met John Mayall blijven spelen.

John Mayall solo

Ondanks zijn drukke studio en podiumsessies met steeds wisselende bandformaties benut hij de spaarzame uren die overblijven om een aantal soloprojecten uit te voeren. Normaliter stelen zijn uitzonderlijk goede gitaristen de show en staat hijzelf als muzikant niet echt in het middelpunt. Daar komt verandering in als hij in één dag op 1 mei 1967 het album The Blues Alone opneemt en waarop hij zelf alle instrumenten, orgel, piano, 6 & 9 string gitaar, basgitaar en mondharmonica bespeelt. Keef Hartley speelt drums.

Het album is van grote klasse en laat een zeer veelzijdige John Mayall horen in ballads en up-tempo nummers. Ook experimenteert hij met diverse klanken en geluiden.
In het nummer No More Tears laat hij een versnelde gitaar horen met een opnametechniek die eerder door Les Paul in de jaren 1940 werd toegepast.

Sony Boy Blow is een ruige mondharmonica stamper begeleidt met een honky-tonk piano.

In het gevoelige Broken Wings laat hij zijn virtuositeit op een Hammond B3 orgel horen.
Don't Kick Me, een blues-rock nummer met een Jimi Hendrix-achtige slaggitaar (ongeveer zoals in Foxy Lady ) en een scheurend Hammondorgel, sluit het album af.

Met Walter Trout

Walter Trout wordt door John in 1984 gevraagd om met de Bluesbreakers te spelen. Walter had daarvoor al in Canned Heat als vervanger van Henri Vestine gefungeerd. Hij heeft een heel andere stijl dan de eerdere gitaristen. Hij speelt razendsnel en zit dicht tegen de hardrock aan. John Mayall heeft weer ster-gitarist aangetrokken en begint met de nieuwe Bluesbreakers aan zeer succesvolle tournees door Europa. Walter zal vijf jaar met de Bluesbreakers spelen.

  • Behind The Iron Curtain, 1985 Crescendo (Recorded live Hungary 6 June 1985)
  • Chicago Line, 1987 Island CD
  • Power Of The Blues, 1987 Charly CD
  • Live At Iowa State University, 1987 DVD
  • Life In The Jungle, 1987/1988 Charly CD
  • Blues Breaker, 2000 NEON
  • Blues Power, 1999 Recall Records 2-CD

In 1988 treedt John Mayall's Bluesbreakers met Walter Trout op in Den Haag op het North Sea Jazz Festival in de Carroussel zaal1 van het Congresgebouw.